Vermolmd systeem sportfinanciering moet op de schop

5 december 2017

Hoewel het Kabinet-Rutte III nog maar korte tijd in functie is, heeft de nieuwe sportminister Bruins al duidelijk laten merken het maatschappelijk belang van sport op waarde te schatten. Dit bleek deze week ook weer tijdens de behandeling van de sportbegroting in de Tweede Kamer. Niet alleen worden meer publieke gelden beschikbaar gemaakt voor de sport, ook onderkende hij in de Tweede Kamer nogmaals dat het op peil houden van de sportinfrastructuur om actie vraagt. In dat kader streeft hij naar het sluiten van een ‘Sportakkoord’, met alle partners die hieraan kunnen bijdragen. Het artikel in NRC van 22 november jl. omschreef de onduidelijkheid over de concrete invulling van dit Sportakkoord. De minister heeft nog niet duidelijk over welke onderwerpen en met welke partijen hij precies afspraken wil maken. Als wij alvast een bijdrage mogen leveren: begin met de financiering én stimuleer het bedrijfsleven de Nederlandse sport écht te omarmen. Incidentele verhogingen van de publieke gelden voor de sport zijn immers welkom, maar het zou juist een gezonde balans tussen publieke en private financiering zijn die onze sport toekomstbestendig maakt.

Maatschappelijke meerwaarde

Wie in het weekeinde regelmatig amateurvelden en sportzalen bezoekt ziet, voelt, hoort en proeft de maatschappelijke meerwaarde: sport inspireert, sport verbindt, sport creëert gemeenschappen, sport leert jongeren om te gaan met succes en teleurstelling en sport bevordert de integratie van nieuwe Nederlanders. Kortom: sport speelt een ongekend belangrijke maatschappelijke rol. Een rol die het appel aan de nationale trots wanneer er succes geboekt wordt, overstijgt.

Om deze onmiskenbare maatschappelijke waarde van sport te waarborgen, moeten we kijken naar de structurele manier waarop de Nederlandse sport gefinancierd wordt. Die wordt in Nederland traditioneel geregeld binnen een driehoeksrelatie: het ministerie en de Nederlandse Loterij die de sport financieren en NOC*NSF die vervolgens het geld verdeelt over de bonden. Daarnaast is er een aantal grote Nederlandse bedrijven dat de top- en breedtesport sponsort. Kleinere bedrijven spelen op lokaal niveau een grote rol, maar in besluitvorming is hun rol slechts beperkt. Sportfinanciering is daarmee al jarenlang een soort closed shop, gerund door een beperkt aantal loterij- en sportbestuurders. Moderne bestuurders van sportbonden die nieuwe kansen zien en het ‘monopolie’ willen doorbreken, zouden meer steun verdienen.

In het licht van verschillende maatschappelijke ontwikkelingen is deze financieringsconstructie niet houdbaar. De marktpositie van de Nederlandse Loterij, de belangrijkste financier van de Nederlandse sport, staat onder druk: de loterijmarkt is sinds kort open voor nieuwe toetreders en indien de Eerste Kamer de wet Kansspelen op Afstand aanneemt, zal hetzelfde gelden voor de markt voor sportweddenschappen. Ook staat de Nederlandse Loterij op de nominatie om geprivatiseerd te worden en kan het dientengevolge zomaar gebeuren dat de financiering van de Nederlandse sport afhankelijk wordt van een private partij met aandeelhouders uit alle windstreken. Dit maakt de inkomsten voor de sport uit de Nederlandse Loterij hoogst onzeker.

Herziening van het financieringsmodel

Deze uitdagingen vragen om een herziening van het financieringsmodel van de Nederlandse sport, dat een kleinere afhankelijkheid van de Nederlandse Loterij en een duurzaam evenwicht tussen publieke en private financiering laat zien. Om dit kans van slagen te geven zal derhalve ook het bedrijfsleven nadrukkelijk betrokken moeten worden. Niet alleen de grote bedrijven, maar zeker ook het MKB. Stimuleer hen de Nederlandse sport steviger te omarmen.

Hiertoe kan de overheid fiscale prikkels inbouwen, die het voor private partijen aantrekkelijker maken in sport te investeren. Denk daarbij aan het voorbeeld van de Geefwet, die gevers extra belastingaftrek geeft wanneer ze een culturele instelling financieel ondersteunen. Een uitbreiding daarvan naar de sport kan veel geld vrijmaken. Ook een extra fiscale prikkel voor sportsponsoring is logisch en biedt mogelijkheden, bijvoorbeeld door een investeringsimpuls te ontwerpen zoals in de energie- en milieubranche. Dit trekt meer MKB-bedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen, naar de sport.

Op sportplatform SportKnowHowXL riep Minister Bruins het bedrijfsleven op haar inbreng voor het Sportakkoord gezamenlijk neer te leggen. Een uitgelezen kans om een herziene financieringsstructuur, met een duurzame balans tussen publieke en private financiering, gestalte te geven. Een kans waar wij, als bedrijfsleven, gehoor aan moeten geven.

En zelfs wanneer het Sportakkoord er komt, zullen we nog best eens naast een medaille grijpen of een WK missen. Door het bedrijfsleven te stimuleren nog meer voor de Nederlandse sport te doen, wordt de maatschappelijke waarde van sport steviger verankerd en de financiering van onze sport toekomstbestendig gemaakt.

 

Bob van Oosterhout