De kip met de gouden eieren

5 januari 2017

Blog door: Robin Koster

Michael van Gerwen kroonde zich maandagavond in Alexandra Palace voor de tweede keer in zijn carrière tot wereldkampioen. De 27-jarige Nederlander rekende in de finale af met de wereldkampioen van 2015 en 2016, Gary Anderson. Het veroveren van de wereldtitel betekende voor Van Gerwen zijn 26e toernooiwinst in één jaar tijd. Een absoluut record binnen de dartssport, waar de rek voorlopig nog niet uit lijkt zijn.

Topsport

In aanloop naar het NOS | NOC*NSF Sportgala barstte de bekende discussie over darts weer in alle hevigheid los; is het topsport of niet? Aanleiding was het ontbreken van Michael van Gerwen bij de genomineerden voor de titel Sportman van het Jaar 2016.  Jeroen Bijl, voorzitter van de vakjury, verklaarde dat beoefenaars van niet olympische sporten – en dat is darts – alleen in aanmerking komen voor een nominatie als er minimaal 55 landen vertegenwoordigd zijn bij het WK (inclusief voorrondes) van de desbetreffende sport. Aan die norm voldoet de dartssport niet en dus was Van Gerwen per definitie kansloos voor een nominatie. De hoofdpersoon zelf noemde het argument van NOC*NSF “zielig” en zelfs Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bemoeide zich met de kwestie: “Darts is topsport”, liet ze voor de camera’s van RTL7 optekenen.

Financieel gewin

Of de topsportdiscussie Van Gerwen en zijn collega’s lang heeft bezig gehouden, valt te bezien. De dartssport is populairder dan ooit en dat vertaalt zich in klinkende munt. Met name Michael van Gerwen weet te profiteren van de steeds hoger wordende prijzengelden. De Brabander staat op eenzame hoogte op de PDC Order of Merit, de wereldranglijst binnen darts die volledig gebaseerd is op het verzamelde prijzengeld op rankingtoernooien over een periode van twee jaar.

Drijvende kracht achter het huidige succes is Barry Hearn, voorzitter van de in 1992 opgerichte Professional Darts Corporation (PDC) en koning van het snooker. De basis voor het succes van de PDC werd in de jaren ’90 gelegd, toen Hearn een exclusieve deal maakte met het commerciële Sky Sports om drie PDC-toernooien uit te zenden. Er werden sponsors aan de toernooien gekoppeld en vanwege de hogere prijzengelden stapten de beste darters in de jaren ’00 over van de Brittish Darts Organization (BDO) naar de PDC. Daarmee werd de PDC nog aantrekkelijker voor sponsors en broadcasters. Tegenwoordig staan met name (online) bookmakers in de rij om titelsponsor te worden van de toernooien. Enerzijds omdat sponsoring van deze events enorme (TV-)exposure oplevert, anderzijds omdat de sport perfect aansluit bij hun product. Iedere dartswedstrijd biedt immers een scala aan betting mogelijkheden. Tegelijkertijd strijden in het Verenigd Koninkrijk broadcasters als Sky Sports en iTV om de uitzendrechten van de toernooien en boort de PDC nieuwe markten aan.

De PDC ziet haar inkomsten stijgen en de darters profiteren mee. De stijging van het prijzengeld dat jaarlijks verdeeld wordt bij het WK illustreert deze ontwikkeling.

Valkuil

Het is echter de vraag hoe duurzaam de financiële groei van de dartssport is. Want het gevaar dat het publiek – en daarmee sponsors en broadcasters – interesse verliest in de sport ligt op de loer. De PDC breidt de dartskalender ieder jaar verder uit, waardoor we nu op het punt zijn aanbeland dat de TV kijker bijna wekelijks een dartsevenement voorgeschoteld krijgt. De omvang en het belang de evenementen ten opzichte van elkaar zijn voor de doorsnee kijker ondertussen volstrekt onduidelijk. En waar een clash tussen de toppers in de jaren ’00 nog iets was om watertandend naar uit te kijken, is het bijzondere er in het huidige dartslandschap helemaal vanaf. De grote namen komen elkaar – met name richting het einde van de toernooien – met grote regelmaat tegen.

Evenementen als het WK en de Premier League staan als een huis en zullen ook in de toekomst de interesse van de kijker blijven wekken. Maar het is wachten op het moment dat de interesse in de overige toernooien afneemt. Om ook in de toekomst aantrekkelijk te blijven voor sponsors en broadcasters moet de PDC dat moment voor zijn. Het creëren van schaarste (lees: minder TV-toernooien) kan daarbij uitkomst bieden. Nu de zilvervloot komt binnenvaren is het echter niet aannemelijk dat de PDC voor deze koers kiest. Meer, meer, meer lijkt het devies en zonder verdere vernieuwing zou Barry Hearn daarmee wel eens zijn kip met de gouden eieren langzaam de dood in kunnen jagen.