Spits Nieuws: Cashen of crashen in F1

25 maart 2014

Jean Denis-Deletraz is een naam die bij vele Formule 1-fans de alarmbellen doet rinkelen. In de kampioenschappen van 1994 en 1995 was het geen uitzondering dat hij door de koploper op tien ronden achterstand werd gereden. Op zijn zachtst gezegd geen reclame voor de sport. De tijd dat zogenaamde ’pay-drivers’ als Jean Denis-Deletraz - tegen fikse betaling - het circuit konden betreden, is gelukkig voorbij. De huidige Formule 1 kent door middel van de FIA Superlicentie (scherp vastgestelde voorwaarden) en de 107%-regel (iedere coureur dient tijdens het eerste deel van de kwalificatie zijn ronde binnen 107% van de snelste rondetijd af te leggen) gelukkig geen totaal incapabele coureurs meer. Een zegen voor de sport.

Niet alle pay-drivers zijn echter even dramatisch. Bedenk dat oud-wereldkampioen Niki Lauda ooit begon door zich met een persoonlijke banklening in te kopen bij een team, om zo zijn carrière een kickstart te geven. Tegenwoordig is talent én geld een gezegende combinatie om door te dringen tot de koningsklasse en je rijkunsten te etaleren. Dat deze twee zaken samengaan, bewees de Venezolaan Pastor Maldonado in 2011 bij Team Williams. Niet alleen zorgde zijn aanwezigheid in de auto voor een additionele 45 miljoen euro in sponsorgeld, hij won een race en behaalde in totaal 47 punten gedurende drie seizoenen.

Ook Nederlanders lieten zich in een zetel zetten. Zo bestuurde Giedo van der Garde vorig seizoen een bolide door inzet van het kledingmerk McGregor. Hij was uiteraard niet de enige Nederlander die werd gesteund door een persoonlijke sponsor. We kennen allemaal het verhaal van Jos Verstappen die gezamenlijk optrok met Trust in de teams van Arrows en Minardi. Dit heeft beide partijen veel opgeleverd, maar op dat niveau ontstaan ook met de regelmaat van de klok spanningen; wie betaalt, bepaalt immers toch ook een beetje? Zo gingen coureur en sponsor uit elkaar na een stevig meningsverschil dat nog jaren voortduurde. In die periode stuurde de manager van Verstappen iedere verjaardag steevast een sms'je naar Michel Perridon met de tekst: „Evengoed gefeliciteerd – je ex-vriend.” Ook bij Robert Doornbos leidde zijn coureursbestaan tot een slepende rechtszaak, de schaduwkant van persoonlijke endorsements.

De keuze voor een coureur vormt dus een continu dilemma voor de teams: kies je voornamelijk voor geld of juist voor talent? Beide keuzes kennen voor- en nadelen. Kies je voor geld, en dus een pay-driver, dan ben je verzekerd van een sluitende begroting. Maar zonder talent in overvloed zal het team geen of weinig punten behalen. Voldoende punten geven aan het einde van een F1-seizoen namelijk recht op een gedeelte van de interessante prijzenpot van in totaal zo’n 700 miljoen euro.

Facts & Figures

  • Van de 800 Formule 1-coureurs in de historie waren er zo’n 250 tot 350 ’pay-drivers’ (vanaf 1950).
  • Trust & Jos Verstappen financierden zo’n 3 miljoen euro per jaar.
  • McGregor & Giedo van der Garde financierden zo’n 10 miljoen euro per jaar.
  • Muermans financierde in totaal 11 miljoen euro voor Robert Doornbos.
  • De ’Aardolie van Venezuela’ & Pastor Maldonado brengen jaarlijks 45 miljoen euro mee.
  • Eike Batista & Bruno Senna zijn goed voor 14 miljoen euro per jaar.
  • De Russische vrienden van Vitaly Petrov staan tevens garant voor 14 miljoen euro per jaar.